Aanstaande zondag viert de kerk het feest van het Sacrament van de Eucharistie: van het heilig brood dat we bij de communie krijgen en eten. We vieren hoe bijzonder het is dat God in het teken van brood zo dicht bij ons wil zijn. “Ik ben het levende Brood dat uit de hemel is neergedaald”, horen we Jezus in het evangelie zeggen (Johannes 6, 51-58). En: “Wie van dit Brood eet, zal leven in eeuwigheid”.
In het kinderkoortje van de kerk waarin ik meezong toen ik op de basisschool zat, zongen wij het volgende lied vóór het moment waarop iedereen werd uitgenodigd aan de ‘maaltijd van de Heer’:
‘Samen gaan wij nu aan tafel,
heilig Brood ontvangen wij,
Jezus wil zich aan ons geven,
om te leven zoals Hij’.
Ik ben het liedje nooit vergeten. Sterker nog, deze eenvoudige woorden doen mij steeds weer en steeds dieper beseffen wat het wil zeggen om deel te mogen hebben aan de communie.
Een intens moment waarin we ons verbonden kunnen voelen met God en met mensen, zelfs over de grenzen van de dood heen. Een eeuwigheidsmoment waarin God ons nabij komt en ons voedt met wat wij nodig hebben om mens te worden, zoals wij door God bedoeld zijn.
Tegelijkertijd is en blijft dit sacrament, zoals ook de andere sacramenten, een mysterie, een niet te doorgronden geheim. Misschien moeten we het juist daarom wel vieren.
José van den Bosch-van Os, pastoraal werkster