‘De wereld is zo hard geworden’. Ik hoor het veel mensen zeggen. Ouders maken zich zorgen om hun kinderen. ‘In wat voor een wereld groeien ze op?’. Sommigen noemen de hardheid van de wereld als reden om geen kinderen in de wereld te willen zetten.
Het christendom zet daar zachtheid tegenover. Zo zou het in ieder geval moeten zijn. In het evangelie volgens Mattheüs (9,36-10, 8) lezen we komende zondag, dat Jezus bij het zien van de menigte door medelijden voor hen werd bewogen, omdat ze afgemat waren en terneergeslagen als schapen die geen herder hebben.
Jezus voelde het tot in zijn ingewanden. Zo staat het er letterlijk. Hij is iemand die zich laat raken door het ongeluk, het verdriet van anderen.
Die medemenselijkheid mis ik nogal eens in de debatten rond immigranten, als er gesproken wordt over ‘gelukszoekers’. Maar ‘gelukszoekers’ zijn we allemaal! Iedereen wil gelukkig zijn, maar gun je dat een ander ook?
Daarop zendt Jezus zijn leerlingen erop uit om ‘zieken te genezen, doden op te wekken, melaatsen te reinigen en demonen uit te drijven’. Dat begint altijd met het zien van ‘dé mens’ voor je. Iemand die jij zelf ook had kunnen zijn. Die ook behoefte heeft aan liefde, aandacht, vertrouwen…
Frank de Heus, pastoraal werker