Ook komende zondag gaat het in het evangelie over een wijngaard (Mattheüs 21, 33-43), als beeld voor Gods goede wereld. Een landheer plant een wijngaard aan die hij vervolgens verpacht aan wijnbouwers, terwijl hijzelf naar het buitenland vertrekt.
De wijnbouwers werken hard in de wijngaard, zo hard dat ze, als de tijd komt om te oogsten, de vruchten beschouwen als hun eigendom. Zij geven deze dan ook niet aan de dienaren van de landheer als deze komen om de vruchten in ontvangst te nemen. In plaats daarvan grijpen en doden zij de dienaren, ja zelfs de zoon van de landheer.
Met deze parabel stelt Jezus zijn toehoorders toen en ons nu de vraag: hoe ziet ons leven in Gods wijngaard er uit? Hoe werken wij in de tuin - ‘mijn’ werk, ‘mijn’ taken in de geloofsgemeenschap, ‘mijn’ gezin, ‘mijn’ geloof……….. - die ons is toevertrouwd?
Het gevaar lijkt me heel reëel dat wij, net als de wijnbouwers uit de parabel, zo hard en vaak ook met hart en ziel ‘onze’ tuin bewerken, dat we vergeten dat deze aan ons is gegeven. Om er met liefde en respect in te werken, om er de vruchten van te delen met anderen. Omdat de Ander ons zijn wijngaard toevertrouwt.
José van den Bosch-van Os, pastoraal werkster