Soms mogen we van dichtbij meemaken dat iemand zich volledig kan overgeven aan de dood die zich op korte termijn zal aandienen. Het is niet omdat er geen interesse meer is in het leven of omdat er geen liefde is voor de mensen om je heen. Het is omdat er vertrouwen is dat het leven in God voltooid zal worden. In dat geloof kan iemand naar de dood toeleven, er zelfs naar verlangen.
Die overgave en dat verlangen horen we in het evangelie dat op de zondag tussen Hemelvaart en Pinksteren wordt gelezen. Jezus is verheugd dat ‘zijn uur is gekomen’. Hij heeft gedaan wat God van Hem gevraagd heeft: Hij heeft de mensen die God Hem heeft toevertrouwd laten zien wie God is. Hij heeft niet zichzelf in het middelpunt gesteld, maar Hij heeft de Vader laten zien. Zijn taak op aarde heeft Hij met liefde volbracht.
“Ik kom naar U toe,” zegt Jezus. Hij verlangt ernaar om bij God, die Hij zijn Vader noemt, definitief tot bestemming te komen. Om bij Hem eeuwig leven te vinden.
Als je midden in het leven staat zijn dit geen dagelijkse en evenmin gemakkelijke gedachten. Toch is het misschien goed om daar zo af en toe bij stil te staan. Omdat deze gedachten betekenis en richting kunnen aan ons leven van alledag.
José van den Bosch-van Os, pastoraal werkster