“Wie vader of moeder meer bemint dan Mij, is Mij niet waardig; wie zoon of dochter meer bemint dan Mij, is Mij niet waardig…”: het zijn woorden die Jezus tot zijn leerlingen spreekt als Hij hen op weg stuurt om het evangelie te gaan verkondigen (Mattheüs 10, 37-42).
Het volgen van Jezus kan je in botsing brengen met je familie en met mensen om je heen die anders in het leven staan. Het kan er zelfs voor zorgen dat je je plaats in een sociale omgeving verliest.
Een band met God kan je – omgekeerd - ook helpen om loyaal te zijn naar je familie. Je houdt de deur open voor een kind dat zijn of haar eigen weg gaat. Je besluit om toch de zorg voor je vader of moeder op je te nemen nu deze zorg nodig heeft, ook al was de band niet goed of zelfs geschonden. Omdat je Jezus wilt volgen. Uit liefde voor God.
Het gaat in het evangelie van komende zondag dan ook niet om de vraag of de natuurlijke liefde voor je verwanten of de liefde voor God met elkaar zouden moeten wedijveren om de eerste plaats. Waar het om gaat is dat de band met God alles overstijgt. We mogen God insluiten in heel ons leven mét al onze gebrokenheid.
José van den Bosch- van Os, pastoraal werkster