Als Jezus de vraag gesteld wordt ‘wat is het grootste gebod in de wet?’ dan antwoordt Hij met woorden die een richtingwijzer willen zijn voor een goed leven. Jezus noemt niet één van de meer dan zeshonderd geboden en verboden die de joodse wet kent, wat de vraagstellers mogelijk verwacht hebben.
Hij geeft daarentegen het volgende antwoord: “Heb God lief met heel je hart, heel je ziel en heel je verstand en heb je naaste lief als jezelf” (Mattheüs 22,34-40). Dit ‘dubbelgebod’ van de liefde dat Jezus hier als antwoord geeft gaat vooraf aan alle regels en wetten.
Het gaat vooraf aan alles wat we moeten doen of denken te moeten doen, aan al ons handelen en heel ons zijn.
Het gaat om leven in betrokkenheid op en in goede zorg voor elkaar.
Het gaat om je kunnen inleven in de ander.
Hiermee legt Jezus het fundament van een goed leven, van een menselijk bestaan. Zo geeft Jezus de juiste interpretatie van Gods wil, die de Bron is van alle liefdevol handelen. Hij schenkt het ons: naastenliefde om te delen.
José van den Bosch-van Os, pastoraal werker